Maandag 17 januari 2011

5.30 liep de wekker af en we realiseerden ons dat de terugkeer naar Nederland aanvaard moest worden. Deze omschrijving typeert wel hoe moeilijk het is de vriendschapsbanden die aangegaan of versterkt zijn weer te verbreken voor een jaar. Elena reed met ons mee en om 6.30 zwaaide Virgil ons uit en zetten we koers naar het ziekenhuis van Cluj-Napoca, waar Carmen lag. De reis voerde door de Karpaten en we hebben iets van de schoonheid van dit nog ongerepte gebergte vastgelegd op de gevoelige plaat. Bij hotel Dracula zijn we even gestopt om van chauffeur te wisselen en te vertreden. Voor het eerst deze reis dutte Arie even in toen hij naast de bestuurder zat. De tocht trekt een zware wissel op hem, vandaag en morgen nog meer...
In Cluj ving Ionela ons op en leidde ons door de overvolle stad naar het ziekenhuis, waar we gelukkig met de bus op het bemodderde parkeerterrein mochten parkeren. Carmen stond al aan de ingang van haar paviljoen klaar en leidde ons naar binnen. Als Arie en ik een smetvrije jas aantrokken, mochten we even haar ziekenzaal bezoeken. Arie ging in het groen, ik in het wit en zo begaven de heren medici zich naar boven om hun rondje te maken. Ze had 11 dagen op een kamer gelegen met 5 anderen en Carmen zou Carmen niet zijn of ze had al goede contacten met de mensen op zaal gelegd. Ze zag er overigens nog slecht uit, al mocht ze dan vanmiddag naar huis. We zijn al met al een klein uurtje gebleven en daarna met Ionela en Elena weggegaan, omdat broer Sammy de auto nodig had, waarin Ionela reed. Die nam ons tenslotte mee naar haar winkel en gaf ons daar nog snel een paar zoute stengelachtige dunne broodjes mee die we onderweg op mochten peuzelen.
Het was lente-achtig weer, de zon scheen uitbundig en om 15.20 waren we aan de Roemeense grens. Inmiddels is het een beetje gaan misten en rijden we over een rustige tweebaansweg naar Tökol, waar we Istvan zullen ontmoeten bij wie we de laatste overnachting zullen hebben. Tja, wat moet je zeggen van een ontmoeting met Istvan! Dat is altijd een feest: na een hartelijke omhelzing worden de vermoeide reizigers onmiddelijk getracteerd op een pruimenjenevertje die als een kopstoot naar binnen geworpen moet worden om ververvolgens van de 2e te nippen, tegelijk wordt er een limonadeglas vol witte wijn ingeschonken dat regelmatig later nog bijgevuld zal worden. Arie genoot met vulle teugen, na een week van stringente onthouding op dit terrein...
Vervolgens werd een smakelijk diner ons voorgezet, dat in stilte door Mevr. Thoroczy in de keuken was voorbereid, waarvan Istvan al in de aanvang zei dat alles op moest om de reizigers nieuwe krachten om de volgende dag Pernis te kunnen halen. En zo passeerden een heerlijke soep, kip en varkensvlees, aardappels en salade de revue, afgesloten met koffie een een klein stukje taart om de inmiddels genuttigde spiritualiën weer enigszins in te dammen. Tijdens de maaltijd gingen de gesprekken over de reis die we achter de rug hadden, de situatie in Hongarije, de laatste theologische ontwikkelingen (Herziene Statenvertaling), en tussendoor nam Arie Istvan een interview af (hier is een talent geboren) om van hem te vernemen hoe het toch kwam dat hij zo goed nederlands sprak. dat leidde tot één van de vele hoogtepunten van de film die gemaakt is van de trip, waarin we een drukgebarende Istvan zien in een nederlands ingerichte kamer (alle meubels zijn via Nederlandse vrinden bij elkaar gesprokkeld), die verwarmd wordt door een gigantische stenen houtkachel die het hele huis van warmte voorziet, omdat Istvan (gezien zijn ervaringen uit het communistische verleden) niet afhankelijk wil zijn van het Russische gas!!
Tegen twaalven gingen we verzadigd van vriendschap beddewaarts...





