Met koert op (de terug) koers.

Vanmorgen vroeg is de Fam. Hanuseac vertrokken naar Iasi voor het huwelijk van de dochter van haar broer Theodoor Muntian (Leen Hoogwerf moet zich deze man met z'n grote bril nog wel kunnen herinneren - we hebben na lang wachten samen met Gitze Marchitan uit Moldavië ooit bij hem gegeten). Ofschoon het eerder het plan was dat wij mee zouden gaan naar deze bruiloft, was er voor ons niet gereserveerd in het restaurant en daar ook Carmen te moe was om mee te gaan, bleven wij thuis om met haar naar de kerk te gaan. Deze begon om 9.00 uur, maar het was niet erg om ook wat later binnen te komen (9.45 kwamen we - er is daar geen koster die de deur onverbiddelijk afsluit als het tijd is). De pastor vertelde rond 10.00 uur wat het programma van de dienst inhield, welke sprekers er waren en ook mijn naam werd genoemd). Er werd gebeden voor de slachtoffers van de ramp in Haïti en voor de hulpverleners daar. Ook in één van de preken werd uitvoerig ingegaan op wat deze gebeurtenis aan vragen bij ons kon oproepen. De tekstkeuze viel op Job en gedeelten uit het 1e en 2e hoofdstuk werden gelezen.
Gisteravond had ik tegen Carmen gezegd dat ik graag iets in de dienst wilde zeggen naar aanleiding van het overlijden van Emil. Hij zat op het koor en zelfs ook leidde hij het koor zo af en toe. Vorig jaar nog had hij mij vertaald toen ik daar mocht preken. Tegen 10.15u werd ik uitgenodigd naar voren te komen, iemand anders zou me vertalen en heb ik geprobeerd iets te zeggen over wat Emil voor mij en velen betekend heeft naar aanleiding van Zacharia 2:1-5. In dat gedeelte, het derde visioen - nachtgezicht - dat de profeet Zacharia kreeg, zag hij een man, die met een meetsnoer Jeruzalem opmat. Het was een teruggekeerde balling die a.h.w. met het voorwerk bezig was voor de herbouw van de stad. Hij mat de lengte en de breedte van de stad om te bepalen waar de muren moesten komen, zoals die in het verwoeste oude Jeruzalem hadden gelegen. Kortom, hij wilde de oude stad restaureren. Even later echter 'zag' de profeet een engel aankomen die op deze man toe-rende en hem zei dat Jeruzalem dorpsgewijze gebouwd zou worden, geen muur meer zou krijgen vanwege de menigte van mensen en vee dat daarin zou gaan wonen. Ook zei hij dat de glorie van God binnen in haar zou zijn en Hijzelf om de stad een vurige muur zijn. Kennelijk wilde de profeet de terugkerende ballingen laten weten dat er een ander Jeruzalem zou komen, waarin de oude beperkingen niet meer zouden gelden. De vergelijking met Emil was dat hij geleefd heeft in het oude Jeruzalem met (zeker voor hem) grote beperkingen (vanwege zijn handicaps), maar dat hij tegelijkertijd het beste eruit gehaald heeft en met zijn beperkingen optimaal heeft mogen functioneren en dat hij nu in het nieuwe Jeruzalem mag zijn, waarin de beperkingen van ziekte niet meer gelden en waar hij nu de glorie van God mag genieten en Hem voor eeuwig mag loven. Dat hij dat heeft kunnen doen, is het gevolg geweest van zijn vaste geloof dat Jezus ook in zijn pijn is afgedaald en hem in en met zijn beperkingen heeft gedragen en gesteund. Wij levenden verblijven nog in het oude Jeruzalem, gevangen binnen de beperkingen van zonde, verwoesting (denk aan Haïti) en dood, maar ontvangen het evangelie van Jezus Christus dat Hij in deze oude vervallen stad is gekomen, daarin geleden heeft en gestorven is om ons uit deze naar het nieuwe Jeruzalem te brengen. Door het geloof in Hem kunnen we de hoop bewaren dat onze beperkingen niet het laatste woord hebben, waardoor we hier ons werk kunnen doen, in de verwachting van de stad die komt en waarin God centraal staat en Jezus het verwarmende Licht is dat ons omringt! Na mijn overweging werd door het koor het laatste lied gezongen dat Emil hen had geleerd voor zijn overlijden op 13 november ... erg ontroerend en mooi (zie de film)!
Nadien kwam er nog een andere prediker die sprak over de zalving van Jezus door een vrouw, er werd nog gezongen, gebeden en ruim over twaalf verlieten wij het gebouw. Een meisje sprak me nog aan en vertelde hoe Emil uit het koor altijd het beste wilde halen. Hij zei niet (zo zei ze): "we zingen voor de Heer en niet voor publiek dus we kunnen wel een steekje laten vallen, maar juist omdat we voor de Heer zingen, moeten we het beste van het beste zingen." Ik herinner me ook zelf hoe hij als hij ging zingen zich eerst grondig concentreerde voordat hij begon.
Na de dienst hebben we de school nog bekeken, waar zo'n 600 leerlingen opzitten en waar ook tijdens het week-end kinderen verblijven. De school staat goed aangeschreven in de stad, de kinderen ervan halen de hoogste cijfers en komen uit heel het land om hier onderwijs te ontvangen.
Vervolgens gingen we naar huis waar we gegeten hebben, geslapen en een beetje hebben uitgerust om morgen de terugreis te aanvaarden. We hopen om 6.00 uur weg te gaan, in Cluc Napoca een zekere Elisabeth op te pikken die met ons verder reist naar het Zwarte Woud waar de Oost-Europazending een conferentie heeft de komende week. Omdat deze medewerkster erg verkouden is, wilde zij niet met het vliegtuig gaan en hoorde zij dat wij ook die kant opgaan en wilde ze vragen of dat kon. En gelukkig hebben wij in de bus altijd een reserveplek voor dit soort situaties. Morgenavond hopen we bij vriend en collega Istvan te zijn in Boedapest. Hier in Suceava is het koud
(-5), ligt er 10 à 15 cm. sneeuw, maar is het verder droog en zijn de wegen uitstekend bereidbaar. Ook schijnt de weg door de Karpaten vernieuwd te zijn en schijn je er nog maar 4 uren over te doen om in Cluc te komen. We zullen zien! Tegen 18.00 uur hopen we in Boedapest te zijn met onze gast.
Ds. Lavooij
Bas Koert
